Berichten

Tanken, ik was eerst

TANKEN

Even benzine tanken, geen overbodige luxe bij een bijna lege tank. Kom ik daar, zijn er een paar pompen niet beschikbaar. Dus gewoon op je beurt wachten, nog twee auto voor mij.

Genieten, door te observeren.

Komt er man rond 60 (mijn invulleritus) met zijn brommertje aanzetten. Dan is de auto voor mij klaar met tanken en maakt met wat gebaren duidelijk dat ik sta te wachten en hem ga opvolgen.
De auto rijdt weg, de brommer geeft gas en ik sta erachter.

“Ik was eerst”

Vroeger zou ik van alles roepen. Vandaag ben ik daar vriendelijk op in gegaan. Mijnheer ik sta hier rustig op mijn beurt te wachten en u gaat nu voor.

“Echt nie ik was er veel eerder”.

Ik nog een poging, nee mijnheer ik was echt eerder dat gaf de vorige klant al aan.
Hij ging verder met zich voor te bereiden om te tanken.
Ik ging met mijn auto naast hem staan deed het raam open en zei:

“weet u, u kunt mij iets anders weerspiegelen, maar uw eigen weerspiegeling liegt niet”.

De man keek me iets uit het veld geslagen aan, 10 seconden later bood hij zijn excuus aan.
En nadat hij betaald had, zwaaide hij me goedendag met een krachtig klein handgebaar.

Wanneer was jij eerst?

Zwemles met een gat

Ze weigert gewoon!

Wanneer ik met mijn zoontje naar zwemles ga, zie en hoor ik zoveel meer.
Als trotse vader die naar zijn zoon zijn ontwikkelingen kijkt.

In de wandelgangen wordt er zoveel gezegd te vaak óver, dan mét de kinderen.

“Het moet nou een keer genoeg zijn, zij weigert gewoon om door dat gat te zwemmen, als zij het vandaag niet haalt stopt ze maar even met dat zwemles-gedoe, het kost me klauwen met geld” (moeder over haar dochter tegen mij).

Oeps heb ik dat, ik ben dan wel jongeren en oudere coach, maar ik sta hier voor mijn ontspanning, om te genieten ik ben niet aan het werk.

Ik hoor het eerst aan en vraag me af of er nog meer achteraan komt. Het blijft even bij mokken. Na wat vragen die ik haar stelde over of zij er plezier in heeft in het zwemmen en heb medeleven getoond over dat het een hele investering is. Ook hoe fijn het voor haar wel niet zou zijn als zij haar diploma A heeft. Zij kan tenslotte al zwemmen.

Terwijl het gesprek zo gaat, kom ik er langzaam aan toe om haar te vertellen dat ze van grote invloed is op het (zwem)-gedrag van haar dochter. Dat haar huidige spanning voelbaar voor haar is. Dat zij de druk ervaart van haar, ook al spreekt ze het niet naar haar uit.

Wees trots op haar dat zij de stap heeft gezet, dat ze er alles aan doet om aan alles te voldoen.
Dat zij niet bezig is om wie dan ook dwars te zitten door niet door dat gat te zwemmen.

Er is nog wat gesputter, ze wil het niet gelijk aan nemen. Dat hoeft ook niet, ik hoop alleen dat er een moment is dat het bezinkt, dat het iets met haar doet.

Dat haar dochter, fluitend door het gat zwemt.

Ik dacht even dat ik aan het werk was, nee mijn werk is mijn passie en mijn verantwoording ik ‘moest’ dit wel zeggen. Ik ben een trotse vader van een weergaloze zoon.

Vorige week is mijn zoon na twee jaar zwemles en een goede investering zelfstandig door het gat gezwommen en hij:

“ik wist niet dat het zo makkelijk was”.

Waarin heb jij geïnvesteerd en ging je fluitend verder?

Cadeau, ja, jazeker!

Is het een cadeautje?

Ik vermoed dat we deze vraag allemaal wel eens hebben gehoord of hebben gehad.
Op die vraag kun je ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden.
Ik ging  spontaan naar een bloemenzaak om daar een bijzondere bos bloemen te gaan kopen voor mijn vader.
Terwijl mijn bloemen tot een fraai boeket werd samengesteld, kwam er nog klant binnen.
Die had een keus gemaakt en kreeg de vraag: “Is het een cadeautje?”

“Nee, het is voor mezelf”.

Er wordt afgerekend en de klant verlaat de zaak. Terwijl er aan mijn boeket nog gewerkt werd en ik er ook een kaartje bij wilde met persoonlijke woorden, kwam er weer een klant binnen.
Ook die had haar keus snel gemaakt. “Is het een cadeautje?”
“Nee” en het blijft voor de rest stil.
Weer wordt er een standaard soort (saai) papier gebruikt om daarna af te rekenen.
Ik had me al ingehouden bij de eerste ‘collega-klant’, nu moest ik er echt wat van zeggen.

“Hoe vaak wordt ons wel niet gevraagd ‘is het een cadeautje’ en hoe vaak zeggen we ‘nee’?”

“Terwijl het in wezen ALTIJD een cadeautje is.
Heb je het voor een ander gekocht dan lijkt het logischerwijs een cadeau.
Voor jezelf is het OOK altijd een cadeau”.
Zowel ‘mijn’ bloemist en haar collega zijn enigszins, althans zo lijkt het, ietwat uit het veld geslagen.
De ‘collega-klant’ reageert ook om mijn reactie: “deze bloemen zijn voor op het graf”.

Ik voel dat me enthousiasme nog een extra duwtje krijgt:

“Maar dan juist is het OOK een cadeau, u koopt bloemen voor diegene die is overleden omdat u aan diegene denkt en dat geeft u ook een goed gevoel”.
Ik bruiste alle kanten op.

De collega bloemisten tegen elkaar: “hebben we nog een vacature vrij?”

Ik aanvullend: weet u ik blijf mijn missie wel vervolgen, daar hoef ik niet voor in een bloemenzaak te werken maar het is een manier van leven die ik graag verspreid”. En ik kom graag nog eens terug.
Ik was blij met de bloemen en mijn spontane geuite missie voor het leven.

Krijg je de vraag is het een cadeautje?

Tip, zeg dan:

Ja….jazeker is het een cadeautje!

Heb jij als eens iets feestelijk  laten inpakken voor jezelf
en wat voor een gevoel gaf dat?